25 januari 2021

De kunstmeststrooier deed zijn intrede

BRON: De Boerderij

Foto: Misset

1950: Eindeloos zakken vullen met kunstmest

Stalmest uitspreiden was lastig, want na de oorlog was arbeid duur en schaars. Gelukkig was er kunstmest.
Kunstmest was na de tweede wereldoorlog niet aan te slepen. Het was goedkoop en veel makkelijker in gebruik dan stalmest. Dat kwam goed uit aangezien arbeidskrachten duur en moeilijk te krijgen waren. 

Op deze foto uit 1950 worden in een fabriek zakken gevuld met kunstmest. Kalksalpeter, staat er op de zakken die handmatig, stuk voor stuk, onder de vulpijpen worden gehangen. Het was big business, kunstmest was niet aan te slepen sinds de productie begin 1900 fabrieksmatig plaats kon vinden. 

Thomasslakkenmeel

Tot die tijd strooiden boeren veelal thomasslakkenmeel over hun percelen, een fosfaathoudend restproduct uit de hoogovens. De grond kleurde er zwart van, net als de mensen die de zakken op schouders droegen. Ook kwam zwavelzure ammoniak op de markt, dat werd vooral in de zeekleigebieden gebruikt.

Boeren waren direct om

Nederlandse boeren waren van begin af aan om. Niet langer hoefden ze zich te laten beperken door de beschikbaarheid van compost en mest van hun eigen veestapel; je kon meststoffen gewoon kopen. Het CBS noteerde vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog een afname van 630.000 ton kunstmest. Dat was gigantisch vergeleken bij de 50.000 ton zo rond 1905. 

Veel gebruikt

Per hectare was de Nederlandse boer de grootste kunstmeststrooier ter wereld. Alleen al aan stikstof ging er 39 kilo op een hectare, meer dan tien keer zoveel als in 1905. Dat was echter nog niks bij wat er na de oorlog zou gebeuren. Toen steeg het gebruik naar 300 kilo per hectare en zelfs nog meer.

Aankoopverenigingen

Het gebruik werd gestimuleerd door speciale aankoopverenigingen die de kunstmest goedkoop aan konden schaffen. Gebruiksadvies van een van de vele rijkslandbouwconsulenten deed de rest. 

Back
De kunstmeststrooier deed zijn intrede